Shân Maclennan:
‘het theater als een open (t)huis’ Shân Maclennan, Creative Director, Learning and Participation van het Southbank Centre in Londen, vertelde over de ‘Overture’: een 48-uur durend event, met muziek, poëzie, moderne kunst en veel – heel veel – gratis te bezoeken optredens, dat in juli van dit jaar werd georganiseerd ter gelegenheid van de heropening van de Royal Festival Hall na een restauratie die twee jaar had geduurd. Een gebeurtenis die een slordige 250.000 bezoekers trok, waarvan er zo’n 20.000 als performer hadden opgetreden.
Wat was de reden waarom zoveel bezoekers kwamen kijken en luisteren? The Royal Festival Hall is het enige wat overeind bleef op het festivalterrein waar in 1951 het Festival of Britain werd gehouden. Dat festival sprak erg tot de verbeelding en trok een groot en breed publiek dat normaal gesproken niet geïnteresseerd was in contemporaine kunst en muziek. De Hall werd dan ook snel ‘The People’s Place’ genoemd. In de jaren na 1951 werd er een grote variëteit aan concerten gehouden, van klassiek tot jazz en pop, maar met de komst van twee nieuwe concertzalen en de Hayward Gallery kwam er een einde aan de ‘open deuren’ politiek van de Hall. De foyers, die eerder ook voor het grote publiek vrij toegankelijk waren, werden het exclusieve terrein van concertgangers. En het terrein rondom de zalen raakte buiten gebruik bij de Londenaren. Dat veranderde midden jaren tachtig, toen naast de bestaande zalen het Southbank Centre de deuren opende. Het nieuwe bestuur besloot dat foyers voor iedereen vrij toegankelijk moesten zijn van 10 uur ’s ochtends tot na afloop van de concerten. Het organiseerde ‘cross arts festivals’ en een educatief programma dat bezoekers de kans gaf daadwerkelijk deel te nemen aan activiteiten. Dat maakte het Soutbank Centre opnieuw aantrekkelijk voor een groot en breed publiek.
De Royal Festival Hall moest sluiten omdat ze langzamerhand aan een grondige opknapbeurt toe was. Maar in het Southbank Centre borrelden de plannen op om de spirit van het Festival of Britain nieuw leven in te blazen. Het publiek dat het Festival bezocht, vertoonde een mix van leeftijdsgroepen en interesses. Het was duidelijk niet geïnteresseerd in klassieke concerten in geluiddicht afgesloten zalen. Het wilde rondlopen en verrast worden door onverwachte performances en concerten op ongewone plekken. En dus moest er ruimte komen. Zo kwam men op het idee om voor de heropening van de Hall en nieuw soort event te organiseren. Daar moest de traditionele hiërarchie tussen kunstenaar en publiek, tussen podium en zaal, tussen binnen en buiten, dak en straat wegvallen. Dat alles resulteerde in het weekendevent in juli 2007, met professionele muzikanten die zij aan zij optraden met amateurs en schoolkinderen. Met concerten van gerenommeerde orkesten op onverwachte plekken. Met een 1500 koppig sterk koor dat Beethovens 9de symfonie ten gehore bracht. En met 500 gitaristen die samen optraden – om maar een paar voorbeelden te noemen. Het is duidelijk dat het publiek zich meer en meer ontwikkelt van consumer tot prosumer. Daarom is het nodig een andere manier te vinden om het publiek te benaderen. Maclennans oplossing? Maak van je concert- of theaterzaal een plek waar mensen graag naartoe komen en tijd willen doorbrengen. Zorg dat ze er kunnen genieten van veel soorten muziek, performances en verschillende vormen van kunst. Geef ze de informatie die ze nodig hebben om daarvan te kunnen genieten. Zet de deuren van je gebouw open, ook buiten de tijd dat er een optreden is. En zorg dat het publiek zelf bij gelegenheid kan participeren in de geplande activiteiten.